BestuurdersBlog Augustus 2017 – Wereldwijde verbinding

 
Toen ik nog een klein jongetje was, wilde ik niets liever dan vrede op aarde. Een wereld waarin iedereen gelukkig en blij is. Eigenlijk is mijn streven in al die jaren onveranderd gebleven, al gebruik ik nu soms andere woorden om mijn idealen duiding te geven. Het willen streven naar ‘wereldvrede’ is een universeel fenomeen. Google maar eens op ‘World peace children’ en geniet van de vele en inspirerende zoekresultaten. Kinderen lijken van nature een bredere blik te hebben op de wereld en op de toekomst dan volwassenen. Landsgrenzen en nationale identiteiten zijn cosmetische constructen die kinderen niet van nature meekrijgen in hun DNA. Het zijn door volwassenen aangeleerde concepten die verbinding tussen mensen over de gehele aardbol eerder verkleinen dan vergroten. Terwijl die wereldwijde verbinding juist in deze geglobaliseerde wereld zo belangrijk is. Plus: cruciaal om wereldvrede mee te realiseren.

Dat merkte ik onlangs toen ik voor het eerst in het beeldschone Indonesië mocht zijn. Samen met negen andere jonge Nederlandse en tien Indonesische leiders mocht ik in juli deelnemen aan een inspirerend seminar in Indonesië. Een seminar, georganiseerd door de Frans Seda Foundation, en met als hoofdthema ‘Global Citizenship’ (wereldburgerschap). Het werd een seminar om nooit te vergeten. Aan de andere kant van onze aardbol wonen mensen met dezelfde zorgen, maar ook dezelfde dromen als hier. Zorgen over oprukkend populisme, over gebrek aan een goede aansluiting van de arbeidsmarkt op het onderwijs, zorgen over samen leven in een multiculturele en multireligieuze samenleving. Maar ook zorgen over het opvoeden van kinderen in een digitale en ingewikkelde wereld.

De in totaal 20 deelnemers van het seminar waren onderverdeeld in vijf werkgroepen. Ik mocht onderdeel uitmaken van de werkgroep ‘Shaping personal identity in a global society’. De persoonlijke identiteit van de mens, van kind en volwassene, is het anker voor de inrichting van zijn of haar leven en de keuzes die hij/zij daarin maakt. Die identiteit wordt in de 21e eeuw meer dan ooit tevoren beïnvloed door wat er elders in de wereld gebeurt. Nooit eerder waren we zo met elkaar verbonden als in het huidige digitaal bezien grenzeloze tijdperk. Spreken over ‘wereldburgerschap’ kan niet zonder te spreken over de persoonlijke, menselijke kant van het individu. Wat een mens tot een mens maakt, kan worden gezien als zijn of haar ‘persoonlijke identiteit’. Deze identiteit krijgt vorm en inhoud vanuit zowel biologische/genetische, psychologische als sociale invloeden. Met andere woorden: de mens en zijn identiteit is een mix van zowel ‘nature’ als ‘nurture’.

Waar in het verleden religie een belangrijke bron en basis vormde voor de persoonlijke identiteit in Nederland, is dat in Indonesië vandaag nog steeds het geval. Iedere Indonesiër is, al is het alleen al formeel, gelovig en heeft dat letterlijk in zijn of haar paspoort staan. Dat doet iets met je identiteit, zeker als je je geloof actief belijdt. Hoe komen wij in het seculiere Nederland zonder het geloof als richtsnoer dan toch op antwoorden op vragen als:

  • Wat is de zin van het leven?
  • Wat is de taak van de mens in haar eigen en sociale omgeving?
  • Hoe behandel ik mijn medemens en hoe wil ik door mijn medemens worden behandeld?
  • Welke waarden hebben we als samenleving – verzameling van individuen – met elkaar gemeen? Wat betekenen deze waarden voor onze omgangsvormen en onze normen?

Wij beantwoorden dergelijke vragen in Nederland, zo werd ik me in Indonesië nog meer bewust, vooral thuis en in mindere mate op school. Maar hoe sterk doen we dat in het funderend onderwijs? Hebben we in het al overvolle onderwijscurriculum wel voldoende tijd en aandacht ingeruimd voor filosofie, zingeving en levensbeschouwing? Of komt dit fundament voor de menselijke, persoonlijke identiteit er maar bekaaid vanaf? Als ik naar onze scholen van Biezonderwijs kijk, zie ik dat deze vragen impliciet veel aan de orde komen. Alleen doordat iedere individuele leerling over een ontwikkelingsperspectief-plan (OPP) beschikt; de basis voor een op het maat van het kind gesneden onderwijsplan. Een plan dat verder reikt dan louter taal, rekenen of op latere leeftijd een vak als Duits of aardrijkskunde. Onze leerkrachten gaan ook met ouders en leerlingen in gesprek over hun sociale vaardigheden, hun dromen en (verborgen) talenten. Daarin zit vaak verholen wat voor het betreffende kind de zin van het leven is.

Maar doen we dat goed genoeg? Levert het daadwerkelijk meer bewustzijn bij het kind en/of ouders op over de rol van het kind op aarde? Deze vraag laat ik voor de verandering eens bewust onbeantwoord. Ik laat me dit schooljaar verrassen met verschillende antwoorden. En misschien, heel misschien gaan die antwoorden ook wel over het bereiken van wereldvrede. Ik wens de lezer een fijn en inspirerend nieuw schooljaar toe!

Dave Ensberg-Kleijkers